Susanne
Leeg
Het is vijf minuten over half vijf. Het inloopspreekuur is van half vijf tot half zes. Toch is het al aardig druk. Er zitten twee mensen met een hond, een zwarte, en er zit een dame met een kat te wachten. De kat zit in een reismandje en staat op de grond. Iedereen staart een beetje voor zich uit. Ik heb mijn reismand op schoot. Deze kan namelijk vanaf de bovenkant open waardoor ik mijn kat makkelijk kan aaien.
‘Het is overduidelijk dat ze gehuild heeft’
De stilte wordt onderbroken door het geluid van de deur. Er komen drie mensen naar binnen. Zo te zien vader, moeder en dochter. Ze kijken bedrukt. De dochter heeft rode ogen. Het is overduidelijk dat ze gehuild heeft. Vader zet de tas met de kat bij haar op schoot. Haar ogen wijken er geen moment vanaf.
‘Haar vader draagt de reismand. Deze is leeg.’
Ik krijg er spontaan tranen van in mijn ogen. Zal het de laatste dag zijn dat het meisje haar lieve huisdier kan aaien? Je kan een speld horen vallen in de wachtkamer. Maggie daarentegen is in haar nopjes, ze spint alsof haar leven ervan af hangt. Haar geronk vult de wachtkamer. Het meisje kijkt door haar waterige ogen heen op naar waar het geluid vandaan komt. Ze ziet Maggie. En kijkt dan weer naar haar kat.
Dan gaat de deur van de behandelkamer open. Het meisje krijgt voorrang en mag met haar kat en haar ouders naar binnen. Een kleine tien minuten later komen ze met zijn drieën weer naar buiten. Haar vader draagt de reismand. Deze is leeg.
Ik geef Maggie een kus.
Ze spint.
Geschreven door Susanne
Tags: dierenarts, kat, missen, Verdriet




















