Marjolein
Rechtlijnigheid en grote geesten
Hij zit tegenover me en hangt net een lepel aan zijn neus. Met pretogen kijkt hij me aan en houdt zijn handen in de lucht. Mijn blik wordt zoals altijd naar zijn krullen getrokken. Enorm aantrekkelijk vind ik die. Bij hem en in het algemeen. Maar vooral bij hem. En ik denk dat ik hem ook gewoon leuk vind, naast zijn krullen. Geloof ik..
Lang tijd om erover na te denken heb ik niet. De lepel valt op de tafel. En het moment is voorbij.
Maar er komen meer momenten.
“Ieder pondje gaat door het mondje”. Met een stelligheid die mij mateloos irriteert blijft hij bij zijn mening over (te) dikke mensen. Kleingeestigheid en rechtlijnigheid zijn twee punten waar ik mij bij mijn medemens aan stoor. Overigens zal er in mij ook kleingeestig- en rechtlijnigheid te vinden zijn, anders zou ik mij er ook niet aan irriteren, dat weet ik. Maar het liefste omring ik me met mensen met ‘grote’ geesten, open en uitnodigend. De discussie over of dikke mensen het nou allemaal zo volledig aan zichzelf te danken hebben besluit ik te laten.
De momenten wisselen verder zich af: fijn, iets minder fijn maar niet stom. Ik raak erdoor in de war en mijn hoofd neemt mijn gevoel over. In mijn hoofd is er namelijk ruimte voor hoop, in mijn gevoel is dit er niet. Het duurt even voordat het stof is neergedaald en ik kan zien wat er werkelijk is. Namelijk grote behoefte aan een nieuwe liefde in mijn leven. En die wens werd de hoop in mijn hoofd die mijn gevoel tijdelijk overnam.
Er wordt me ook (weer) duidelijk dat mijn hoofd het uiteindelijk verliest. Iemand kan nog zo aantrekkelijk zijn, écht verliefd wordt ik op iemands woorden, zijn denkwijze, zijn visie op het leven.
We nemen afscheid en ik neem afscheid van de hoop die ik weer even koesterde – met hem. Want de hoop blijft, het verlangen om de man te ontmoeten waarbij mijn hoofd overbodig blijkt.
Geschreven door Marjolein





Marjolein



















