Liefde
+1
Na lezing van het bijkans briljant geformuleerde stukje van Budhi-lezeres Birgit87, getiteld “Het setjes-kamp” drong vandaag een zeker besef tot mij door, wat eerder niet door mij was opgemerkt. Ik maak inmiddels al ruim anderhalf jaar deel uit van een “setje”. Wij (ik en mijn betere helft, dat is) zijn een “stelletje”. Als er sprake is van uitnodiging door derden worden wij steevast aangeduid als “Titus en F…….”. Of “F……. En Titus”, al naar gelang de afkomst van de uitnodigers. Saillant detail is dat mijn mannebroeders voornamelijk mij alleen uitnodigen en de optie “vriendin meenemen” openlaten, door mij nog nader te bepalen. Ze mogen mijn meissie heel graag, de superlatieven zijn niet van de lucht, “Shit gozer, heb jij even een topwijf gescoord!”, maar de heren zijn wat schuchterder in hun opvattingen over het “stelletjes-schap”. Zelf al jaren verbonden met vrouwen die voor hen van onschatbare waarde zijn, laten zij daar weinig van blijken. Verhalen over hun relaties worden pas verteld als de relationele schijt de ventilator raakt. En dan nog fluisterend, voor mijn ears only, want stel je eens voor dat iemand er lucht van krijgt, of, godbeterd, de boel aan de grote klok hangt.
De mannen die ik ken, enkele uitzonderingen daargelaten, bedienen zich van een air die menig vrijgezel niet zou misstaan. Ondertussen verknocht aan hun wederhelft sijpelen af en toe de twijfels, het onbegrip, de redeloosheid en de woede door. Alsmede de verknochtheid, laat daar geen misverstanden over bestaan. In die contreien, bij de manne, is het makkelijk om je een vrijstaand individu te voelen. Met de boys de kroeg in duiken klinkt banaal maar is nodig om een gezonde jongen te blijven. Hetzelfde gezonde principe treffen wij ook aan bij u, lezende dame. Never en te nooit niet de makkers/vriendinnetjes in de steek laten.
Mooi! Zijn we daar ook weer uit! Echter, hetgeen mij aanspoorde om dit stukje te tikken is en blijft de mij nogal vreemde “stelletjes-cultuur”. Ik voel me helemaal geen stelletjesman, en als ik door familiefeestjes min of meer gedwongen word om de mannelijke helft van een stelletje te zijn doe ik dat met enige tegenzin. Bah! Stelletjes! Het voelt ongemakkelijk en het zit niet goed, als een misplaatst kledingstuk . Eenzelfde unheimlichkeit, maar dan plaatsvervangend, overvalt mij wanneer ik huwelijken voltrokken zie worden, waarbij beide partijen beloftes doen aan elkaar die ze nooit waar kunnen maken. Een “stelletje” zijn is eng. En gevaarlijk. En behoorlijk burgerlijk, hoewel met de jaren dergelijke bezwaren aan kracht inboeten. Al met al: het begrip “stelletje”, los van de prachtige liefde die er tussen twee personen kan bestaan, als sociale entiteit beangstigd mij. Heeft de Titus last van bindingsangst?
Neen! Ik hou zoveel van mijn meisje! Mijn prachtige, vrolijke schoonheid! (Okee, ik zal het kort houden, beste singles. Maar dit soort zaken zijn nou eenmaal de harde waarheid voor lui met een succesvolle relatie. Kan er ook weinig aan doen…) Mijn muze, mijn lichtje! Ik wil haar nooit meer kwijt! You get the picture, right?
Dus. Ik streef naar een wereld waarin iedereen een individu blijft, zoals mijn makkers reeds enigszins stuntelend en ongemakkelijk trachten te doen. Waarin de liefde voor je liefje tot ijzingwekkende hoogten kan stijgen zonder dat iedereen daar last van heeft, jezelf incluis. Ik streef naar een wereld waarin Titus wordt uitgenodigd met de optie “+1”, of waarin ik zelf de “+1” zou mogen wezen. Niks mis met “+1” zijn.
Geschreven door Budhilezer Titus
Tags: Liefde, Mannen, Relatie, Single, Stelletje, Vrouwen




Liefde


















