Blogs Budhi-lezers
Nachtkus van papa
Ik was een jaar of zes, zeven. Mijn exacte leeftijd weet ik niet meer. Voor de rest kan ik me de situatie nog zo voor de geest halen. Helemaal, levendig, als ware het gisteren. Ik zie mezelf staan in mijn nachtjaponnetje. Ik voel het verdriet en de tranen.
Ik sta tegenover mijn papa, die in zijn grote stoel zit. Ik wil dat hij me welterusten wenst met bijbehorend nachtkusje. Zoals elke nacht. Dan weet ik dat het goed is. Dan weet ik dat ik goed ben.
Mijn papa zegt niet zoveel tegen me. Hij doet niet zoveel dingen met me. Soms hebben we wel contact. Meestal is hij dan boos op me. Dan schreeuwt hij iets, dat ik moet ophouden of naar boven moet gaan, veelal zonder eten. Dat vind ik niet leuk. Maar dan besta ik wel.
Het komt ook altijd wel weer goed. Tegen de tijd dat ik naar bed moet, is hij wel weer zo ontdooid dat hij me in ieder geval gewoon welterusten zegt en een nachtkusje geeft. Dan kan ik toch nog rustig gaan slapen. Mijn papa vindt me toch wel lief, anders zou hij me geen nachtkusje geven.
Ik ben een jaar of zes, zeven.
Ik moet naar bed.
Papa heeft me eerder die avond tijdens het avondeten naar boven gestuurd.
Ik sta nu weer tegenover mijn papa, die in zijn fauteuil zit.
Ik huil hysterisch.
“Ga weg”
“Neeheee, ik wil een nachtkusje”
“Nee!”
“Welterusten…”, ik houd mijn wang bij zijn mond.
“Donder op”
“Nee, nee, mama nee, ik wil niet, ik wil een kusje”
Mama trekt me mee, de trap op en legt me in bed. Het licht gaat uit, de deur gaat dicht. Ik moet slapen zonder nachtkusje van mijn papa. Wat ben ik nog waard?
23 jaar later, ik ben een 30-jarige volwassen vrouw. Maar mijn verlangen is hetzelfde als 23 jaar geleden. Mijn verdriet is hetzelfde als 23 jaar geleden. Het is dezelfde leegte die ik voel als 23 jaar geleden.
Papa en ik hebben weer eens contact. We zijn een paar dagen met de familie in een vakantiehuisje. Na 3 dagen zegt hij iets tegen me. In mijn enthousiasme bij het doen van een spelletje, word ik wat luidruchtig en vloek als iets niet goed gaat. Papa zegt: “Dat kan ook anders”.
Zegt hij nou iets tegen me? Ik kijk op: “Wat?”
“Dat kan ook op een andere toon. En ook je woordgebruik kan anders”.
Boem.
Mijn vader praat tegen me. Ik verander in een 7-jarige. Hij is boos op me. Hij vindt me vervelend. Nee, ik ben nu volwassen. Dus: ik zeg iets terug, wat ik 23 jaar geleden niet zei.
“Fijn dat je ook iets zegt. Alleen jammer dat dat het enige is wat je kunt zeggen”.
Ik vind het knap van mezelf dat ik dat gezegd heb. Ik ben rustig.
Maar dan is het moment van volwassenheid alweer voorbij. Mijn tranen komen en ik huil, ik kan niet stoppen. Ik ga ook niet weg. Mijn mama, zus en zwager zien mijn verdriet dat ik altijd verborgen heb gehouden. En ik voel me klein. Ziet mijn papa dit ook?
Dan is het moment daar. Het spel is uit. We gaan naar bed. Nog steeds wens ik mijn vader op dezelfde manier goedenacht als vroeger. Ook nu zal ik naar hem toegaan en welterusten zeggen en mijn wang toedraaien voor een nachtkus van hem. Maar ik ben bang. Ik weet dat hij zijn dochter, die huilend voor hem staat en alleen maar eens iets liefs wil horen, kan afwijzen. Net zoals 23 jaar geleden.
Mijn vader sluit zich op in zijn slaapkamer. Ik drentel wat heen en weer in de woonkamer. Mijn moeder helpt mee met tijdrekken, ik heb dat wel door. Ze heeft medelijden met me. Ze is boos op papa. Maar papa komt niet tevoorschijn.
Als 30-jarige volwassen vrouw ga ik naar bed. De tranen zijn van een 7-jarige ik. Zonder nachtkus van mijn papa ga ik slapen. Ik ben weer – of nog steeds – niks waard.
Geschreven door Budhilezer Prinses Viona
Tags: Familie & vrienden, Gezin, ouders, Papa, Relatie, Vader, Verdriet, Voelen



Ik kreeg tranen in mijn ogen van je stuk






















