Blogs Budhi-lezers
Mijn tsunami
De watersnoodramp uit 1953 was er niets bij! De sluizen stonden open en het waterpeil steeg naar ongekende hoogte. Gadver, waarom moest ik nou zo emotioneel reageren? Terwijl ik juist – net als anders – beheerst en totally in control had willen zijn. Dat mislukte dus volledig. Want hier zat ik dan, te snotteren als een klein kind. En hij bleef maar vragen stellen… En terwijl ik mijn neus nog maar eens depte en er alles aan deed om doorgelopen panda-ogen te voorkomen – want dat ziet er niet uit – kondigde een nieuwe tsunami zich alweer aan. Ik probeerde me tevergeefs te herpakken, want als ik érgens een hekel aan heb, dan is het wel huilen in gezelschap! En het laatste uur had ik nog niet anders gedaan…
Vorig jaar was het ook een keer helemaal mis op dat gebied. Ik barstte in tranen uit bij mijn tandarts. Jawel, bij mijn tandarts! Hoe cool is dat! Het gebeurde toen hij me na een grondige controle, doodleuk vertelde dat ik – na vijf jaar van uitstel wegens doodsangst toch écht een kroon moest laten zetten. En terwijl ik van het slechte nieuws zat te bekomen en ogenschijnlijk rustig in een stoel wachtte tot mijn dochter klaar was, stelde hij dé vraag die mijn sluizen wagenwijd openzette. “Gaat het een beetje?”
Ik slikte, hapte naar adem, en wilde gewoon ‘ja’ zeggen. Je weet wel, zo’n gewone, alledaagse ‘ja’. Zo’n ‘ja’ die je geeft wanneer de groenteboer een tros bananen ter goedkeuring omhoog houdt. Daar zeg je ook zonder na te denken gewoon ‘ja’ op. Zo had ik dus willen reageren. Maar in plaats daarvan werd mijn keel dik, mijn ogen nat en zei ik met een bibberstem; “Nee, ik zie er zó tegenop.”
Ik heb namelijk het gevoel dat ik stik wanneer de tandarts in mijn mond bezig is met watten, haken en boren. En mijn kaken staan al binnen vijf minuten op exploderen. En even ter info, zodat je snapt waarom ik niet enthousiast was: een kroon zetten duurt wel vijftig minuten! Vijf-tig hele minuten! “Wij helpen je er wel door heen, daar kan je van op aan,” zei mijn tandarts geschrokken. Zo lief. Waardoor ik nog harder moest huilen en ook de rest van de dag iedere keer weer volschoot, als ik eraan terug dacht. En dat was gelukkig maar zo’n zestig keer per uur.
Maar afgelopen week kon ik dus ook niet stoppen. Ik liep gewoon leeg. Met lede ogen zag ik hoe de vochtigheidsgraad in mijn huis het niveau van een Turks stoombad bereikte. Ik zag ik in gedachten al voor me hoe ik opnieuw zou moeten gaan schilderen, vanwege schimmel op de muren… Even heb ik nog geaarzeld of ik Rijkswaterstaat moest verwittigen van deze plaatselijke overstroming, maar ik dacht dat dat misschien een tikje overdreven zou zijn… Ze hadden het ook al druk genoeg, per slot van rekening, met al die regen!
Inmiddels zijn er opklaringen zowel in het land, als bij mij. Ik drup nog wel regelmatig na, slik soms nog een brokje weg en concentreer me dan hard op zoiets banaals als erwtensoep, om niet weer te verzuipen in mijn eigen tranen. Inmiddels lukt het me aardig om droog te blijven terwijl ik in mijn hoofd de gebeurtenissen de revue laat passeren. Maar het is nog een dun laagje. Dus ontwijk ik handig iedere oprecht geïnteresseerde vraag rondom mijn persoontje. Laat eerst het waterpeil maar weer eens op NAP komen, dan zien we wel weer verder.
Geschreven door Budhilezer Monique
Tags: Huilebalk, huilen, Tandarts, Tranen


(Ik moet overigens dinsdag naar de tandarts.... Hoop idd niet op een kroon..)




















